Pityriasis rubra pilaris (PRP)
is een zeldzame papulosquameuze / psoriatiforme huidaandoening gekenmerkt door folliculaire keratotische papeltjes, rode of oranje erythematosquameuze plaques die conflueren tot een erytrodermie, en oranjekleurige palmoplantaire hyperkeratose. Het kan beginnen met roodheid en schilfering van gelaat en hoofdhuid. Er ontstaat erytheem en verdikking van het stratum corneum van handpalmen en voetzolen. Vooral op de extremiteiten (dorsum van proximale phalangen, polsen, ellebogen, knieën), maar ook op de romp (zelden in het gelaat) ontstaan folliculaire papels, keratotische pluggen omgeven door erytheem, discreet en soms confluerend. Generalisatie komt voor waarbij de hele romp bedekt kan zijn met confluerende (oranje) erythematosquameuze plaques. Gaat soms gepaard met op psoriasis lijkende nagelafwijkingen, pijnlijke fissuren in handpalmen of voetzolen, slijmvlies beslag, witte plaques, of erosies. Geen systemische afwijkingen.
Typisch is dat in het erytrodermie stadium kleine eilandjes van huid niet aangedaan zijn, nog helemaal normale huid omgeven door erythemateuze / erythematosquameuze plaques. Dit worden 'islands of sparing' of 'skipped lesions' genoemd. De huid kan jeuken. Ook de nagels doen mee (subunguale hyperkeratose, onychodystrofie, onycholysis, geelbruine verkleuring, longitudinale groeven). Soms zijn er ook slijmvliesafwijkingen (pijn, irritatie, witte plaques, erosies) of oogafwijkingen (droge ogen, wazig zien). Bij erytrodermische patiënten kan na verloop van tijd een ectropion van het onderooglid ontstaan. De fase met folliculaire laesies kan ontbreken of niet geobserveerd zijn. In dat geval is het moeilijk om de diagnose te stellen, want in de erytrodermische fase is het moeilijk te differentiëren van andere erythrodermieën. Typisch voor PRP is dat het matig reageert op behandeling met lokale of systemische corticosteroïden. Krachtige corticosteroïden zoals Dermovate zalf maken het beeld wel rustiger, minder rood, vlakker, maar het reageert niet zo goed zoals bijvoorbeeld een erytrodermie op basis van eczeem of psoriasis zou doen. Van PRP bestaat ook een autosomaal dominant erfelijke vorm die al op jonge leeftijd (< 2 jr) begint en soms een chronisch beloop heeft. De klassieke niet-erfelijke vorm van PRP komt echter het meest voor, vooral bij 50-plussers, maar ook bij kinderen. De klassieke vorm ontstaat in korte tijd en gaat meestal (80%) vanzelf weer over na circa 3 jaar.
De oorzaak van PRP is onbekend. De erfelijke vorm is recent toegeschreven aan een mutatie in het gen voor CARD14. De meeste vormen van PRP zijn echter niet erfelijk en ontstaan zonder aanwijsbare oorzaak op oudere leeftijd. Mogelijk is er een bepaalde predispositie en lokt een andere trigger, bijvoorbeeld een streptokokkeninfectie het uit. Ook een doorgemaakte periode van emotionele stress wordt genoemd als trigger. Er zijn verschillende varianten van PRP, die door Griffiths zijn ingedeeld in 5 typen, waaraan later nog een 6e, geassocieerd met HIV-infectie, is toegevoegd. Paraneoplastische PRP is extreem zeldzaam, associaties met tumoren zijn beschreven bij o.a. bronchuscarcinoom, long adenocarcinoom, adenocarcinoom nno, niercelcarcinoom, en larynxcarcinoom. De relatie is onzeker, carcinomen komen vaker voor in de leeftijdsgroep 50+.
Indeling pityriasis rubra pilaris (Griffiths):
DD:
psoriasis, cutaan T-cel lymfoom, erytrodermie nno (zie voor de complete DD onder erytrodermie), toxicodermie, erythrokeratodermia variabilis.
Diagnostiek:
Een huidbiopt is nodig voor de DD en het uitsluiten van psoriasis of CTCL. Algemeen bloedbeeld met leukocytendifferentiatie. Bij lang bestaande erytrodermie aandacht voor elektrolytstoornissen, uitdroging, hypo-albuminemie, en secundaire huidinfecties. Bij verdenking op lymfoom onderzoek perifeer bloed op atypische T-cellen (speciële diff, handdiff, marker-onderzoek), LDH, CD4/CD8 ratio. X-thorax met vraagstelling lymfomen, vergrote lymfklieren, eventuele tumoren. Paraneoplastische PRP is erg zeldzaam, zou men toch willen screenen op geassocieerde maligniteiten dan zijn de mogelijkheden een X-thorax (longcarcinoom), een onderzoek van de KNO-arts met scopie van de nasopharynx (larynx carcinoom), een echo van de nieren (niercarcinoom), onderzoek van faeces op occult bloed of een coloscopie.
PA:
Magro et al. analyseerden duizenden gevallen en benoemden als belangrijkste 3 histologische kenmerken voor PRP folliculaire plugging, hypergranulose (verdikt stratum granulosum, en acantholyse. In het klassieke geval, als het lukt om een folliculaire papel te biopteren dan kan men een folliculaire plug zien met perifolliculaire parakeratose op de schouders van de follikelopening. Vaak ziet men ook brede retelijsten en smalle dermale papillen. Naast hypergranulose is er meestal ook (epidermolytische) hyperkeratose, soms in een alternerend patroon (checkerboard pattern) van parakeratose en orthokeratose. In de dermis een lymfocytair perivasculair ontstekingsinfiltraat. Andere kenmerken die vaak werden gevonden waren atrofie van de epidermis, een uitgebreid dermaal infiltraat, en eosinofielen en plasmacellen in dit infiltraat.
Therapie:
Erytrodermische vormen:
Pityriasis rubra pilaris is moeilijk te behandelen. De therapie moet gericht zijn op het beheersen van de symptomen (vooral de erytrodermie is problematisch) en mag geen irreversibele schade aanrichten, omdat de prognose goed is. Circa 80% van de klassieke adulte vorm is na 3 jaar vrijwel genezen of gaat over in een milde vorm.
Referenties
Bron: www.huidziekten.nl
Glashaven 14-G, 3011 XH Rotterdam | T 010 23 321 53 | E info@derma-rijnmond.nl
Woordbouwerplein 1, 3224 XL Hellevoetsluis
Cookies | Privacy | Disclaimer